Richard Knopper kijkt terug

Als zestienjarig talent maakte hij de overstap van de Jeugdopleiding van Feyenoord naar Ajax. Want, in Amsterdam zag Richard Knopper (nu 38 jaar, trainer van ADO Den Haag O17 en ass. bondscoach NL O16) meer kansen om het eerste elftal te halen. Die keuze legde hem geen windeieren. Een monoloog van een jonge voetballer die gedurende zijn carrière zijn eigen lijf leerde kennen.

“Vanaf mijn tiende jaar speelde ik bij Feyenoord, elke dag alleen maar met een bal. De opleiding in Rotterdam was toen nog niet zoals tegenwoordig, de doorstroming naar het eerste elftal al helemaal niet. Dus koos ik na zes jaar voor Ajax waar wel talenten doorbraken. Alles was daar serieuzer. Hoe er naar je studieresultaten werd gekeken, maar zeker ook alle extra trainingen. Wat we nu performance trainingen noemen kregen we daar toen ook al. Aerobic, extra coördinatielooptrainingen, krachttraining, snelheidstrainingen, en daarbij nog individuele trainingen om je beter te maken waar je dat nodig had. Toen ik bij het eerste mocht aansluiten was ik voetbaltechnisch, tactisch en inzichtelijk er ook echt klaar voor. Ook fysiek had ik geen klachten. Het risico op blessures werd met individuele schema’s wel zoveel mogelijk ingeperkt, de opbouw voor je lichaam was zo verantwoord mogelijk. Maar zelfs onder deze begeleiding ontkwam je er soms toch niet aan om op zaterdag in de A1 te spelen, op zondag met het eerste te trainen en op maandag in het tweede elftal aan te treden. Dat kan ook wel een keertje, maar niet week in, week uit. Als achttienjarige nee zeggen is dan wel heel erg moeilijk. Kleine pijntjes liep je doorheen om overal maar bij te kunnen zijn. Je kent je grenzen ook nog niet zo goed, dat kan helaas niet anders op die leeftijd.”

Mijn eerste blessure

“Mijn eerste blessure kostte me uiteindelijk een jaar, achteraf bezien veel te lang. Ik was 21 jaar en had al maanden last van mijn enkel, echt pijn. Er zat ook steeds vocht in, maar er werd door de artsen steeds niks gevonden. Op een gegeven moment ging ik zelfs twijfelen aan mezelf, wat voelde ik nou precies? Deed ik flauw, hoorde dit bij profvoetbal? Ingetapet en met pijnstillers heb ik maanden doorgespeeld. Ik had eigenlijk nooit wat, ze wisten bij de club dat ik niet liep te zeuren. Uiteindelijk was fysiotherapeut Pim van Dord het zat, hij nam me mee naar professor Van Dijk in het AMC. Bij een CT-scan bleek dat ik een bot in mijn enkel gebroken had en er vier botsplinters rondzwierven. Dat was natuurlijk immens balen, maar tegelijkertijd ook een enorme opluchting. Ik was niet gek, er was echt iets mis. En ik kon 100% weer herstellen waren de vooruitzichten, ik wist eindelijk waar ik aan toe was.”

“Toen begon alles natuurlijk pas. Ik was 21 en van kinds af aan tot dat moment had ik elke dag gevoetbald. Dat kon nu alleen niet meer. Je fysio is dan zó belangrijk. Als fitte speler heb je eigenlijk amper met de medische staf te maken. Zeker ik, ik liet me bijvoorbeeld tot die tijd nooit intapen, alles voelde altijd goed. Eerst moest ik zes weken in het gips en mocht ik alleen een programma doen om fit te blijven. Vrij snel kreeg ik een probleem met mijn energie, die kon ik veel te weinig kwijt. Daar krijgt zo’n fysiotherapeut ook mee te maken. Je maakt veel meer uren dan normaal maar je voelt je een soort van hyper omdat je qua intensiteit te weinig doet. Ik heb precies gedaan wat Pim van Dord zei, ben niet eigenwijs geweest. Want te veel doen kan averechts werken. En ik heb eerlijk gezegd wat ik voelde. Dat heb ik daar geleerd, als een bepaalde oefening niet goed voelt moet je het zeggen. Je moet samen de beste en snelste weg vinden.”

Terug op het veld

“Eenmaal weer hersteld kon ik logischerwijs niet direct 100% alles brengen op het veld zoals daarvoor. Dat was erg frustrerend. Daarom was het voor mij goed om weer helemaal blanco te beginnen bij Aris Saloniki in Griekenland. Het was daar veel meer gericht op fysiek dan in Nederland en die extra conditionele trainingen kon ik goed gebruiken. We deden daar veel vormen zonder bal, wat ik aan de ene kant jammer vond en niet gewend was, maar aan de andere kant zag ik ook het nut ervan in. Stretching was elke dag vaste prik, wat me prima beviel. Zowel voor als na de trainingen. Systematisch werd je als speler getest, vaak in cyclussen van zes weken. Ze checkten werkelijk alles. Even een druppeltje bloed afnemen tijdens trainingen, zuurstofmaskers, ze hadden op werkelijk alle denkbare gebieden specialisten in huis. Daar heb ik mijn fitheid en vorm teruggevonden. En ook heel belangrijk, mijn plezier.”

“Ik heb in mijn hele carrière twee heftige blessures gehad. Nooit spierblessures. En toch keken mensen na die lange revalidatie bij Ajax naar mij als blessuregevoelig. Bij Heerenveen en Vitesse speelde ik altijd het merendeel van de duels per seizoen, met mijn lijf was niks mis. Bij Vitesse ben ik er één keer kort uit geweest voor een meniscusoperatie. Na het korte herstel voelde het niet helemaal goed. Irritatie, steken in mijn knie. In het ziekenhuis bleek bij een extra controle dat het gewricht toch nog iets verder schoongemaakt diende te worden. Daarna kon ik weer verder.”

“Bij ADO Den Haag had ik later de pech dat ik de voorste kruisband van mijn rechterknie afscheurde. Zoals bij zovele spelers kwam ik verkeerd neer na een duel. Ik sprong op voor een duel, kreeg in de lucht een duwtje en kwam uit balans neer. Wat er op dat moment aan de hand was wist ik niet, want ik kende het gevoel niet. Maar ik wist meteen dat het niet goed was. Ik was 31 jaar, had een super goed seizoen, er zat misschien wel een mooie transfer aan te komen, en ineens werd de deur dichtgesmeten. In de kleedkamer dachten we nog dat het meeviel. Ik had geen vocht in mijn knie en de pijn viel ook mee. Eenmaal thuis ’s avonds kwam daar verandering in. Zo dik had ik mijn knie nog nooit gezien en de pijn werd met de minuut erger. De adrenaline was ondertussen waarschijnlijk gezakt, ik hield het niet meer uit. Zoals toen al verwacht, bleek de voorste kruisband van mijn knie afgescheurd en wist ik dat ik voor zo’n negen maanden revalidatie stond.”

Vertrouwen is alles

“Ik ben weer terug gegaan naar professor Van Dijk. Dat is iets wat veel sporters denk ik herkennen, als iemand je goed geholpen heeft, dan blijf je bij diegene komen. Vertrouwen is alles. Mijn revalidatie bij de club was lastig, zo’n periode is zwaar. De fysio van de club is logischerwijs druk met de selectie, met de jongens die moeten spelen. Zodoende heb ik een aantal maanden gerevalideerd bij Fysiomed van Leo Echteld  in Amsterdam, uiteraard volledig in overleg met de staf van ADO. Eén keer in de week kwam ik dan op de club. En ik ging mee naar de wedstrijden, omdat ik het team wilde blijven steunen. Met zeven maanden was ik weer wedstrijdfit, sneller dan ooit. In het begin moet je op het veld weer vertrouwen in jezelf opbouwen, weer gaan geloven in je lichaam. Maar de angst was bij mij snel weg, ik wist dat mijn knie goed was. Je gevoel over je eigen lijf is het belangrijkst wat er is, maar dat moet je ontwikkelen. Met ervaring, met of zonder blessures, groei je daarin.”

Knopper over Annemieke

“Wat ik bijzonder vind aan Annemieke is dat ze altijd echt de verantwoordelijkheid durfde te pakken. Voor alle elftallen waar ze mee werkte, en dat waren er op een gegeven moment echt veel. Ze heeft een mooie persoonlijkheid, wat het voor spelers makkelijk maakt een goede band met haar op te bouwen. Ze doet alles met passie, heeft altijd tijd of maakt tijd, nooit is iets te veel als het op de fitheid van haar jongens aankomt. Zij denkt niet in overuren, zij denkt puur en alleen in het belang van de speler. Altijd en immer. En als ze een kans ziet voor iemand, dan zal ze die optimaal benutten.”

Richard Knopper kijkt terug

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *